wetzoeker

Onderteekeningsprotocol. Vriendschapsverdrag tussen Nederland en Perzië

Op het oogenblik, dat overgegaan wordt tot het onderteekenen van het Vriendschapsverdrag, dat heden gesloten is tusschen het Keizerrijk Perzië en het Koninkrijk der Nederlanden, hebben de ondergeteekende gevolmachtigden de volgende verklaring afgelegd, die een onafscheidelijk deel van het Verdrag zelf zal uitmaken.

Er is overeengekomen: ten aanzien van artikel 3: De Hooge Verdragsluitende Partijen behouden zich het recht voor om de bepalingen van artikel 3 van dit Verdrag opnieuw te onderzoeken na verloop van een tijdvak van tien jaren sinds den dag der uitwisseling der bekrachtigingsoorkonden van dit Verdrag. Wanneer een der Verdragsluitende Partijen zes maanden voor het afloopen van dien termijn aan de andere kennis geeft van Haar wensch, om artikel 3 niet van kracht te doen blijven, zal dat artikel buiten werking treden op den dag, waarop de termijn van tien jaar zal zijn verstreken. Bij gebreke van zulk een opzegging, zal het artikel voor een nieuw tijdsverloop van vijf jaren van kracht blijven en zoo vervolgens.

Regeling
Vriendschapsverdrag tussen Nederland en Perzië
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
17-01-1931
BWB-id
BWBV0006001
Versie
1931-01-17_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl