wetzoeker

Tekst Notawisseling tussen de Nederlandse en de Italiaanse Regering over de wederzijdse erkenning van scheepvaartwetten en scheepspapieren

MINISTERIE VAN

BUITENLANDSCHE ZAKEN.

28 Juni 1927 Jaar V.

N°. 232756/52.

Mijnheer de Zaakgelastigde,

Het Nederlandsche Gezantschap heeft bij verbale nota dd. 24 Mei 1926, n°. 18888, in naam van Hr. Ms. Regeering de sluiting van eene bijzondere overeenkomst voorgesteld, met het doel de Italiaansche schepen in Nederlandsche havens en de Nederlandsche schepen in Italiaansche havens vrij te stellen van visitatie en van de bijzondere onderzoekingen, voorzien bij de wetgevingen van beide landen voor de handelsschepen, bestemd voor vervoer van passagiers.

Met den levendigen wensch bezield aan de bevordering van dit gemeenschappelijk belang van beide landen mede te werken, heb ik de eer, U te verklaren, dat Zr. Ms. Regeering er in toestemt, dat van Italiaansche zijde het beginsel worde toegepast, dat de reglementen en voorschriften van de Nederlandsche wetgeving betreffende de uitrusting, de bemanning en de veiligheid van schepen, alsmede de betreffende certificaten, afgegeven door de Nederlandsche autoriteiten, eveneens in de havens van het Koninkrijk Italië als geldig worden erkend, voor wat betreft het vervoer van passagiers, die niet als emigranten zijn te beschouwen.

Ik verzoek U, mij de verzekering te willen geven, dat de Nederlandsche Regeering er harerzijds in toestemt, dat hetzelfde beginsel worde toegepast in Nederlandsche havens ten opzichte van Italiaansche schepen.

Tenslotte heb ik de eer U mede te deelen, dat Zr. Ms. Regeering, terwijl zij zich bereid verklaart de onderhandelingen voort te zetten over de toepassing van deze overeenkomst op de havens van de wederzijdsche koloniën, op zich neemt aan de overeenkomst onmiddellijk uitvoering te geven. Het is te verstaan dat deze overeenkomst van kracht zal blijven tot aan de opzegging door een der Partijen, welke kan geschieden met een termijn van niet korter dan zes maanden.

Gelief, Mijnheer de Zaakgelastigde, de verzekering mijner bijzondere hoogachting te aanvaarden.

De Ondersecretaris van Staat,

GRANDI.

Den Heere L. G. VAN HOORN, Zaakgelastigde

der Nederlanden, te Rome.

Regeling
Notawisseling tussen de Nederlandse en de Italiaanse Regering over de wederzijdse erkenning van scheepvaartwetten en scheepspapieren
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
28-06-1927
BWB-id
BWBV0006000
Versie
1927-06-28_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl