wetzoeker

Artikel 12 Handels- en scheepvaartverdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Zuidslavië

De Hooge Verdragsluitende Partijen komen overeen, dat voor al hetgeen betreft de consulaire vertegenwoordiging elk voorrecht, elke gunst of vrijdom, welke een van Haar ter zake reeds heeft verleend of in de toekomst mocht verleenen aan een derden staat, onmiddellijk tot de andere Hooge Verdragsluitende Partij zal worden uitgestrekt, onder voorwaarde van wederkeerigheid.

Regeling
Handels- en scheepvaartverdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Zuidslavië
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
17-04-1932
BWB-id
BWBV0005996
Versie
1932-04-17_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl