wetzoeker

ADDITIONEEL PROTOKOL. Aanvullend Protocol bij het Tractaat van vriendschap, vestiging en handel tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Zwitserland

Terwijl het bedongene bij art. 1 aan de onderdanen der beide Hooge contracterende Partijen volkomen gelijkstelling met de nationalen verzekert, zelfs voor alles wat het verblijf en de vestiging aangaat, doet dat artikel toch, zoowel in het Koningrijk der Nederlanden en zijne kolonien als in Zwitserland, geenszins te kort aan het regt om te eischen dat elk onderdaan of burger van een der beide Staten, die wil toegelaten worden om in den anderen te verblijven of zich te vestigen, houder moet zijn van een paspoort of van een ander authentiek bewijs van nationaliteit; noch aan het regt om personen, wien het aan middelen van onderhoud mogt ontbreken of die ten laste der openbare liefdadigheid mogten komen, van het grondgebied van den betrokken Staat te verwijderen; noch aan het regt om personen, die de rust en de openbare orde of de inwendige of uitwendige veiligheid van den Staat in gevaar mogten brengen, uit te zetten of wel hun eene bepaalde verblijfplaats aan te wijzen; noch aan het regt om vreemde misdadigers uit te leveren.

Dit protokol zal dezelfde kracht en waarde hebben als of het woordelijk in het tractaat van 19 Augustus 1875 was opgenomen.

Ten bewijze waarvan de wederzijdsche gevolmagtigden dat protokol hebben geteekend, onder voorbehoud van bekrachtiging door de Hooge contracterende Partijen.

Regeling
Aanvullend Protocol bij het Tractaat van vriendschap, vestiging en handel tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Zwitserland
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-10-1878
BWB-id
BWBV0005985
Versie
1878-10-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl