wetzoeker

Artikel 6 Verdrag tussen Nederland en Polen tot beslechting van geschillen door rechtspraak, arbitrage en verzoening

De Partijen komen overeen dat, wanneer het rechterlijk of arbitraal vonnis mocht verklaren, dat een beslissing of een maatregel, die door een rechterlijke of welke andere autoriteit ook van een der Partijen in het geschil genomen of voorgeschreven is, geheel of gedeeltelijk in strijd is met het internationale recht en wanneer het grondwettelijk recht van die Partij niet of slechts onvoldoende toelaat dat de gevolgen van die beslissing of van die maatregel te niet worden gedaan, er door het rechterlijke of arbitraal vonnis, aan de benadeelde Partij een billijke genoegdoening moet worden toegekend.

Regeling
Verdrag tussen Nederland en Polen tot beslechting van geschillen door rechtspraak, arbitrage en verzoening
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
26-02-1931
BWB-id
BWBV0005981
Versie
1931-02-26_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl