wetzoeker

Artikel 2 Verdrag tussen Nederland en Turkije tot beslechting van geschillen door rechtspraak, arbitrage en verzoening

Alle geschillen, van welken aard ook, die tot voorwerp hebben een recht, waarop een der Hooge verdragsluitende Partijen zich beroept en dat door de andere betwist wordt, en die niet op vriendschappelijke wijze langs de gewone diplomatieke wegen mochten kunnen worden geregeld, zullen ter berechting worden voorgelegd, hetzij aan het Permanente Hof van Internationale Justitie, hetzij aan een scheidsgerecht, zooals hierna is voorzien. Men is het er over eens, dat de hierboven bedoelde geschilpunten met name die omvatten, welke betrekking hebben op de uitlegging van een verdrag, op elk vraagstuk van internationaal recht, op het bestaan van een feit dat, indien vastgesteld, een schending van eene internationale verbintenis zou zijn, of op den omvang en den aard der vergoeding voor zulk een schending.

De geschillen, voor wier oplossing een speciale procedure wordt te voorzien in andere verdragen, die tusschen de Hooge verdragsluitende Partijen van kracht zijn, zullen worden geregeld volgens de bepalingen van die verdragen.

Regeling
Verdrag tussen Nederland en Turkije tot beslechting van geschillen door rechtspraak, arbitrage en verzoening
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
04-11-1933
BWB-id
BWBV0005972
Versie
1933-11-04_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl