wetzoeker

Artikel 9 Verzoeningsverdrag tussen Nederland en Zweden

De Hooge verdragsluitende Partijen verplichten zich in de grootst mogelijke mate de werkzaamheden van de verzoeningscommissie te zullen vergemakkelijken en in het bijzonder om gebruik te maken van de middelen die haar ten dienste staan, volgens hare binnenlandsche wetgeving, om de Commissie in staat te stellen op haar grondgebied over te gaan tot het oproepen en hooren van getuigen of deskundigen, evenals tot een onderzoek ter plaatse. De Commissie zal beslissen of de bewijslevering zal geschieden in volledige zitting of voor een of meerdere van die leden, welke gemeenschappelijk zijn aangewezen.

Regeling
Verzoeningsverdrag tussen Nederland en Zweden
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
27-07-1928
BWB-id
BWBV0005968
Versie
1928-07-27_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl