wetzoeker

Artikel 4 Verdrag tussen Nederland en Tsjechoslowakije tot beslechting van geschillen door rechtspraak, arbitrage en verzoening

Wanneer, in geval van een der geschillen als bedoeld in artikel 2, de twee Partijen niet hun toevlucht hebben gezocht bij de Permanente Verzoeningscommissie, of wanneer deze laatste er niet in geslaagd is de Partijen te verzoenen, dan zal het geschil in gemeenschappelijk overleg bij wege van een compromis worden onderworpen, hetzij aan het Hof van Internationale Justitie, dat zal beslissen onder de, voorwaarden en volgens de procedure vastgesteld door zijn Statuut, hetzij aan een scheidsgerecht, dat zal beslissen onder de voorwaarden en volgens de procedure, vastgesteld door het Verdrag van den Haag van 18 October 1907 voor de vreedzame beslechting van internationale geschillen.

Bij gebreke van overeenstemming tusschen de Partijen over de keuze van het rechtsprekend orgaan, over de bepalingen van het compromis, of in geval van een arbitrale procedure over de aanwijzing der arbiters, zal de een of de andere van haar, na daarvan een maand van te voren kennis te hebben gegeven, de bevoegdheid hebben om het geschil rechtstreeks bij verzoekschrift voor het Permanente Hof ven Internationale Justitie te brengen.

Regeling
Verdrag tussen Nederland en Tsjechoslowakije tot beslechting van geschillen door rechtspraak, arbitrage en verzoening
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
20-08-1930
BWB-id
BWBV0005960
Versie
1930-08-20_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl