wetzoeker

Artikel 20 Arbitrage- en verzoeningsverdrag tussen Nederland en Frankrijk

In alle gevallen, en in het bijzonder indien het punt, waarover de Partijen verdeeld zijn, voortspruit uit daden die reeds verricht zijn of op het punt zijn verricht te worden, zal het Permanente Hof van Internationale Justitie beslissende overeenkomstig artikel 41 van zijn Statuut of, naar omstandigheden, het scheidsgerecht, binnen den kortst mogelijken tijd bepalen welke voorloopige maatregelen genomen moeten worden; de Permanente Verzoeningscommissie zal, indien daartoe aanleiding bestaat, evenzoo kunnen handelen nadat Partijen daaromtrent zijn overeengekomen.

Elk der Hooge verdragsluitende Partijen verplicht zich zich te onthouden van elken maatregel die een nadeelige uitwerking zou kunnen hebben op de tenuitvoerlegging van de beslissing of op de schikkingen die door de Permanente Verzoeningscommissie mochten worden voorgesteld, en in het algemeen tot geen enkele handeling van welken aard ook over te gaan, die het geschil zou kunnen verergeren of uitbreiden.

Regeling
Arbitrage- en verzoeningsverdrag tussen Nederland en Frankrijk
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
10-05-1930
BWB-id
BWBV0005958
Versie
1930-05-10_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl