wetzoeker

Artikel 2 Arbitrage- en verzoeningsverdrag tussen Nederland en Frankrijk

Alle geschillen, van welken aard ook, die tot voorwerp hebben een recht ingeroepen door een der Hooge verdragsluitende Partijen en betwist door de andere, en welke niet in onderlinge overeenstemming langs de gewone diplomatieke wegen mochten kunnen zijn opgelost, zullen, teneinde te worden berecht, worden onderworpen hetzij aan het Permanente Hof van Internationale Justitie, hetzij aan een scheidsgerecht, zooals hierna is voorzien. Het is wel verstaan, dat onder de bovenbedoelde geschillen begrepen zijn die welke artikel 13 van het Handvest van den Volkenbond vermeldt.

De geschillen voor de oplossing waarvan eene bijzondere procedure door andere tusschen de Hooge verdragsluitende Partijen geldende verdragen is voorzien, zullen worden geregeld overeenkomstig de bepalingen van die verdragen.

Regeling
Arbitrage- en verzoeningsverdrag tussen Nederland en Frankrijk
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
10-05-1930
BWB-id
BWBV0005958
Versie
1930-05-10_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl