wetzoeker

Artikel 3 Verdrag van handel en scheepvaart tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Japan

*) [Red: N.B. Dit artikel is niet toepasselijk op de Nederlandsche Koloniën en overzeesche bezittingen (zie het protocol geteekend bij de uitwisseling der akten van bekrachting).]

Ieder der Hooge Contracteerende Partijen zal Consuls-Generaal, Consuls, Vice-Consuls en Consulaire Agenten mogen benoemen in alle havens, steden en plaatsen van de andere, met uitzondering van die, waar er bezwaar tegen zou bestaan zoodanige consulaire ambtenaren toe te laten. Deze uitzondering zal evenwel niet gemaakt worden ten aanzien van eene der Contracteerende Partijen zonder eveneens te worden gemaakt ten aanzien van alle andere Mogendheden.

Gezegde Consuls-Generaal, Vice-Consuls en Consulaire Agenten, zullen, na van de Regeering van het land, waar zij benoemd zijn, het exequatur of andere noodige machtigingen verkregen te hebben, op voet van wederkeerigheid het recht hebben alle ambtsbezigheden te verrichten en alle voorrechten, vrijstellingen en vrijdommen te genieten die zijn of in het vervolg mochten worden verleend aan de consulaire ambtenaren van denzelfden rang der meest begunstigde natie. De Regeering, welke het exequatur of andere machtigingen verleent, heeft het recht die naar eigen goedvinden in te trekken. Zij is in dat geval evenwel gehouden de redenen te ontvouwen, waarom zij het dienstig heeft geoordeeld aldus te handelen.

Regeling
Verdrag van handel en scheepvaart tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Japan
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
09-10-1913
BWB-id
BWBV0005955
Versie
1913-10-09_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl