wetzoeker

Artikel 14 Verdrag van handel en scheepvaart tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Japan

*) [Red: N.B. Dit artikel is niet toepasselijk op de Nederlandsche Koloniën en overzeesche bezittingen (zie het protocol geteekend bij de uitwisseling der akten van bekrachting).]

De bevoegde consulaire ambtenaren van elke der Hooge Contracteerende Partijen zullen in het gebied en de bezittingen van de andere uitsluitend belast zijn met de handhaving der inwendige orde op de koopvaardijschepen van hun land, en zij alleen zullen bevoegd zijn kennis te nemen van de geschillen die mochten rijzen, hetzij op zee, hetzij in de territoriale wateren van de andere Partij, tusschen de kapiteins, de officieren en de schepelingen, bepaaldelijk voor wat betreft de regeling der loonen en de uitvoering der overeenkomsten. Evenwel zal de rechtspraak toekomen aan de landsoverheden, ingeval er aan boord van een koopvaardijschip van eene der Contracteerende Partijen in de territoriale wateren van de andere wanordelijkheden mochten rijzen, die de bevoegde plaatselijke overheden van dien aard mochten achten dat zij de rust en de orde in die wateren of te land verstoren of zouden kunnen verstoren.

Regeling
Verdrag van handel en scheepvaart tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Japan
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
09-10-1913
BWB-id
BWBV0005955
Versie
1913-10-09_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl