wetzoeker

Artikel 10 Verdrag van handel en scheepvaart tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Japan

Alle artikelen die wettig mogen of zullen mogen worden ingevoerd in de havens van eene der Hooge Contracteerende Partijen door nationale schepen zullen eveneens in die havens mogen worden ingevoerd door schepen van de andere Contracteerende Partij, zonder te worden onderworpen aan andere of hoogere rechten of lasten, onder welken naam ook, dan die waaraan dezelfde artikelen zouden zijn onderworpen indien zij werden ingevoerd door nationale schepen.

Deze wederkeerige gelijkheid van behandeling zal worden toegepast onverschillig of deze artikelen rechtstreeks komen uit de plaats van oorsprong dan wel uit eenig ander vreemd land.

Er zal eveneens volkomen gelijkheid van behandeling zijn voor den uitvoer, zoodat dezelfde uitvoerrechten zullen worden betaald en dezelfde premien en drawbacks zullen worden verleend in het gebied en de bezittingen van elke der Contracteerende Partijen, bij den uitvoer van eenig artikel dat er wettig kan worden of zal kunnen worden uitgevoerd, onverschillig of die uitvoer geschiedt met Japansche schepen of met Nederlandsche schepen, en welke ook de plaats der bestemming zij, hetzij eene haven van de andere Partij hetzij eene haven van eene derde Mogendheid.

Regeling
Verdrag van handel en scheepvaart tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Japan
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
09-10-1913
BWB-id
BWBV0005955
Versie
1913-10-09_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl