wetzoeker

Slotprotokol — behoorende bij het Nederlandsch-Duitsche arbitrage- en verzoeningsverdrag Nederlandsch-Duitsch Arbitrage- en Verzoeningsverdrag

behoorende bij het Nederlandsch-Duitsche arbitrage- en verzoeningsverdrag

1. De Verdragsluitende Partijen gaan van het standpunt uit, dat de afzonderlijke bepalingen van het Verdrag in geval van twijfel ten gunste van de toepassing van het beginsel der scheidsrechtelijke oplossing van geschillen moeten worden uitgelegd.

2. De Verdragsluitende Partijen verklaren, dat het Verdrag ook dan van toepassing zal zijn, wanneer een geschil zijn oorsprong vindt in gebeurtenissen, welke vóór het sluiten van het Verdrag hebben plaats gevonden. Mogelijke, met gebeurtenissen uit den wereldoorlog in onmiddellijk verband staande geschillen worden echter, met het oog op hunne algemeene staatkundige beteekenis, hiervan uitgesloten.

3. Het feit, dat bij een geschil derde Staten betrokken zijn, sluit de toepassing van het Verdrag niet uit. De Verdragsluitende Partijen zullen, wanneer het geval zich mocht voordoen, er naar streven, de derde Staten tot aansluiting bij de arbitrage- of verzoeningsprocedure te bewegen. In dit geval blijft voor de wederzijdsche Regeeringen het recht voorbehouden, in gemeen overleg een bijzondere samenstelling van het Scheidsgerecht of van de Permanente Verzoeningscommissie te bepalen. Kan binnen redelijken tijd met derde Staten over derzelver aansluiting geen overeenstemming worden bereikt, dan neemt de procedure haren loop zooals in het Verdrag is voorzien tusschen de Verdragsluitende Partijen en met slechts voor haar geldend gevolg.

4. Voor het geval, dat Duitschland tot het Internationaal Gerechtshof te 's Gravenhage toetreedt of Lid van den Organisatie der Verenigde Naties wordt, zullen rechtsgeschillen ten aanzien waarvan tusschen Partijen geen overeenstemming is bereikt over de vraag, of zij aan het Internationaal Gerechtshof dan wel aan een Scheidsgerecht zullen worden voorgelegd, op aanvraag van een der Partijen een maand na aankondiging aan de wederpartij rechtstreeks voor het Internationaal Gerechtshof gebracht kunnen worden. Hetzelfde geldt in geval een algemeen arbitrageverdrag tusschen Duitschland en een derde Mogendheid van kracht mocht worden, dat een overeenkomstige bepaling bevat.

Regeling
Nederlandsch-Duitsch Arbitrage- en Verzoeningsverdrag
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
31-01-1952
BWB-id
BWBV0005912
Versie
1952-01-31_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl