wetzoeker

Artikel 4 Nederlandsch-Duitsch Arbitrage- en Verzoeningsverdrag

Het Scheidsgerecht legt aan zijne beslissingen ten grondslag:

ten eerste: de tusschen de Partijen geldende overeenkomsten van algemeenen of bijzonderen aard en de daaruit voortspruitende rechtsregelen;

ten tweede: het internationale gewoonterecht, als uiting van een algemeene, als recht erkende practijk;

ten derde: de algemeene door de beschaafde Staten erkende rechtsbeginselen;

ten vierde: de resultaten van beproefde wetenschap en rechtspraak als hulpmiddel voor het vaststellen der rechtsnormen.

Met toestemming van beide Partijen kan het Scheidsgerecht zijn beslissing, in plaats van daaraan rechtsbeginselen ten grondslag te leggen, naar billijkheid nemen.

Regeling
Nederlandsch-Duitsch Arbitrage- en Verzoeningsverdrag
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
31-01-1952
BWB-id
BWBV0005912
Versie
1952-01-31_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl