wetzoeker

Artikel 2 Nederlandsch-Duitsch Arbitrage- en Verzoeningsverdrag

Onder voorbehoud van de bepalingen van artikel 3 worden op verlangen van een der Partijen aan de arbitrage-procedure onderworpen, die geschillen, waarbij de Partijen het onderling oneens zijn over een rechtsvraag, in het bijzonder die geschillen, welke betrekking hebben op:

ten eerste: inhoud, uitlegging en toepassing van een tusschen de beide Partijen gesloten Verdrag;

ten tweede: ieder punt van internationaal recht;

ten derde: het bestaan van een feit, dat, wanneer het werd vastgesteld, zou inhouden de schending van een internationale verplichting;

ten vierde: omvang en aard van de vergoeding in geval van zulk een schending.

Wanneer er tusschen de Partijen meeningsverschillen bestaan over de vraag of een geschil tot de hierboven omschreven soorten behoort, dan wordt over deze voorafgaande vraag door de arbitrage-procedure beslist.

Regeling
Nederlandsch-Duitsch Arbitrage- en Verzoeningsverdrag
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
31-01-1952
BWB-id
BWBV0005912
Versie
1952-01-31_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl