wetzoeker

III Verdrag van handel en scheepvaart tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Polen

1 Aangezien art. V van dit Verdrag aan de producten van den bodem en de nijverheid van de onderscheiden landen de behandeling der meestbegunstigde natie toekent, stellen de Hooge Verdragsluitende Partijen vast, dat de instelling wegens muntdepreciatie door een Harer, van surtaxen of toeslags-coëfficienten op de invoerrechten, welke de producten van den bodem en de industrie der wederpartij treffen, in strijd zou zijn met den geest van het onderwerpelijke Verdrag.

2 Het is wel verstaan, dat de beperkingen en verboden van economischen aard slechts zullen worden gehandhaafd voor den tijd en in de mate, dat zulks door de daarop betrekking hebbende economische omstandigheden onvermijdelijk gemaakt wordt.

Regeling
Verdrag van handel en scheepvaart tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Polen
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
05-06-1925
BWB-id
BWBV0005899
Versie
1925-06-05_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl