wetzoeker

ARTIKEL VI Verdrag van handel en scheepvaart tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Polen

1 Teneinde de voordeelen, vastgelegd in bovenstaande bepalingen, voor te behouden aan de producten, afkomstig uit hare onderscheiden landen, zullen de verdragsluitende Partijen bevoegd zijn te eischen, dat de producten en koopwaren op haar grondgebied ingevoerd, vergezeld zijn van een certificaat van oorsprong.

2 De certificaten van oorsprong zullen worden afgegeven, hetzij door de Kamers van Koophandel onder welke de verzender ressorteert, hetzij door eenig ander orgaan of lichaam, goedgekeurd door het land van bestemming. Bedoelde certificaten zullen worden gelegaliseerd door een diplomatiek of consulair vertegenwoordiger van het land van bestemming.

Regeling
Verdrag van handel en scheepvaart tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Polen
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
05-06-1925
BWB-id
BWBV0005899
Versie
1925-06-05_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl