wetzoeker

Art. 5 Tractaat van vriendschap, scheepvaart en handel tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Colombia

De vergunning van Zijne Majesteit den Koning der Nederlanden, in art. 4 omschreven, vindt plaats in de onderstelling, dat, wederkeerig, de schepen uit Hoogstdeszelfs kolonien, komende in de havens der Republiek een vrijen toegang hebben, en hetzelfde onthaal genieten zullen, als of zij van Zijne Majesteits staten in Europa kwamen.

Regeling
Tractaat van vriendschap, scheepvaart en handel tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Colombia
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
15-02-1830
BWB-id
BWBV0005898
Versie
1830-02-15_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl