wetzoeker

Artikel 261 Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Midden-Amerika, anderzijds

HANDHAVING VAN INTELLECTUELE-EIGENDOMSRECHTEN

De partijen erkennen dat de volgende personen gerechtigd zijn te verzoeken om toepassing van de in deze afdeling en in deel III van de TRIPs-overeenkomst bedoelde maatregelen, procedures en rechtsmiddelen:

a. houders van intellectuele-eigendomsrechten, in overeenstemming met de bepalingen van het toepasselijke recht; en

b. federaties en verenigingen, alsmede houders van exclusieve licenties en andere gemachtigde licentiehouders, voor zover dit wordt toegestaan door en in overeenstemming is met het toepasselijke recht. De term „licentiehouder” omvat licentiehouders van een of meer exclusieve intellectuele-eigendomsrechten die verbonden zijn aan een intellectuele eigendom.

Regeling
Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Midden-Amerika, anderzijds
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-05-2024
BWB-id
BWBV0005882
Versie
2024-05-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl