wetzoeker

Artikel 45 Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa

BURGERSCHAP

1 Iedere burger van de Unie heeft het recht zich vrij op het grondgebied van de lidstaten te verplaatsen en er vrij te verblijven.

2 De vrijheid van verkeer en van verblijf kan overeenkomstig de Grondwet worden toegekend aan onderdanen van derde landen die legaal op het grondgebied van een lidstaat verblijven.

Toelichting

Het in lid 1 gewaarborgde recht is het recht dat door artikel I-10, lid 2, onder a, van de Grondwet gewaarborgd is (zie ook de rechtsgrondslag in artikel III-125 en het arrest van het Hof van Justitie van 17 september 2002, zaak C-413/99, Baumbast, Jurispr. 2002, blz. 709). Overeenkomstig artikel 52, lid 2

1) Artikel II-112, lid 2, van de Grondwet.

, van het Handvest vindt het toepassing onder de voorwaarden en binnen de grenzen die worden beschreven in deel III van de Grondwet.

Lid 2 memoreert de bevoegdheid die krachtens de artikelen III-265 tot en met III-267 van de Grondwet aan de Unie verleend is. Daaruit volgt dat de toekenning van dat recht afhankelijk is van de uitoefening van deze bevoegdheid door de instellingen.

Regeling
Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
29-10-2004
BWB-id
BWBV0005879
Versie
2004-10-29_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl