wetzoeker

Artikel 32 Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa

Bepalingen betreffende het gemeenschappelijk visserijbeleid

1 Behoudens lid 2 en onverminderd onderafdeling 3, is het gemeenschappelijk visserijbeleid niet van toepassing op Ceuta en Melilla.

2 Op voorstel van de Commissie stelt de Raad bij Europese wet, kaderwet of verordening, dan wel bij Europees besluit:

a. de structurele maatregelen vast die ten gunste van Ceuta en Melilla kunnen worden getroffen;

b. vast op welke wijze de belangen van Ceuta en Melilla geheel of ten dele in aanmerking kunnen worden genomen bij de handelingen die hij, per geval, vaststelt met het oog op de onderhandelingen die de Unie voert omtrent het overnemen of sluiten van visserijovereenkomsten met derde landen, alsmede de specifieke belangen van Ceuta en Melilla in het kader van internationale visserijovereenkomsten waarbij de Unie overeenkomstsluitende partij is.

3 De Raad stelt, op voorstel van de Commissie, bij Europese wet, kaderwet of verordening, dan wel bij Europees besluit, in voorkomend geval, de mogelijkheden en de voorwaarden vast voor de wederzijdse toegang tot de respectieve visserijzones en de visbestanden daarvan. Hij besluit met eenparigheid van stemmen.

4 De in de leden 2 en 3 bedoelde Europese wetten en kaderwetten worden na raadpleging van het Europees Parlement vastgesteld.

Regeling
Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
29-10-2004
BWB-id
BWBV0005879
Versie
2004-10-29_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl