wetzoeker

Artikel II-109 Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa

RECHTSPLEGING

1 Niemand mag worden veroordeeld wegens een handelen of nalaten dat geen strafbaar feit naar nationaal of internationaal recht uitmaakte ten tijde van het handelen of nalaten. Evenmin mag een zwaardere straf worden opgelegd dan die welke ten tijde van het begaan van het strafbare feit van toepassing was. Indien de wet na het begaan van het strafbare feit in een lichtere straf voorziet, is die van toepassing.

2 Dit artikel staat niet de berechting en bestraffing in de weg van iemand die schuldig is aan een handelen of nalaten dat ten tijde van het handelen of nalaten een misdrijf was volgens de door de volkerengemeenschap erkende algemene beginselen.

3 De zwaarte van de straf mag niet onevenredig zijn aan het strafbare feit.

Regeling
Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
29-10-2004
BWB-id
BWBV0005879
Versie
2004-10-29_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl