wetzoeker

Artikel II-101 Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa

BURGERSCHAP

1 Eenieder heeft er recht op dat zijn zaken onpartijdig, billijk en binnen een redelijke termijn door de instellingen, organen en instanties van de Unie worden behandeld.

2 Dit recht behelst met name:

a. het recht van eenieder te worden gehoord voordat jegens hem een voor hem nadelige individuele maatregel wordt genomen;

b. het recht van eenieder om inzage te krijgen in het hem betreffende dossier, met inachtneming van het gerechtvaardigde belang van de vertrouwelijkheid en het beroeps- en het zakengeheim;

c. de plicht van de betrokken instanties, hun beslissingen met redenen te omkleden.

3 Eenieder heeft recht op vergoeding door de Unie van de schade die door haar instellingen of haar personeelsleden in de uitoefening van hun functies is veroorzaakt, overeenkomstig de algemene beginselen die de rechtsstelsels der lidstaten gemeen hebben.

4 Eenieder kan zich in een van de talen van de Grondwet tot de instellingen van de Unie wenden en moet ook in die taal antwoord krijgen.

Regeling
Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
29-10-2004
BWB-id
BWBV0005879
Versie
2004-10-29_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl