wetzoeker

Artikel I-14 Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa

BEVOEGDHEDEN VAN DE UNIE

1 De Unie heeft een met de lidstaten gedeelde bevoegdheid in de gevallen waarin haar in de Grondwet een bevoegdheid wordt toegedeeld die buiten de in de artikelen I-13 en I-17 bedoelde gebieden valt.

2 De gedeelde bevoegdheden van de Unie en de lidstaten betreffen in het bijzonder de volgende gebieden:

a. interne markt;

b. sociaal beleid, voor de in deel III genoemde aspecten;

c. economische, sociale en territoriale samenhang;

d. landbouw en visserij, met uitsluiting van de instandhouding van de biologische rijkdommen van de zee;

e. milieu;

f. consumentenbescherming;

g. vervoer;

h. trans-Europese netwerken;

i. energie;

j. de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht;

k. gemeenschappelijke veiligheidsvraagstukken op het gebied van volksgezondheid, voor de in deel III genoemde aspecten.

3 Op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en de ruimte is de Unie bevoegd op te treden, en met name programma's vast te stellen en uit te voeren; de uitoefening van die bevoegdheid belet de lidstaten niet hun eigen bevoegdheid uit te oefenen.

4 Op het gebied van ontwikkelingssamenwerking en humanitaire hulp is de Unie bevoegd op te treden en een gemeenschappelijk beleid te voeren; de uitoefening van die bevoegdheid belet de lidstaten niet hun eigen bevoegdheid uit te oefenen.

Regeling
Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
29-10-2004
BWB-id
BWBV0005879
Versie
2004-10-29_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl