wetzoeker

Artikel 6 Tussentijdse Overeenkomst tot vaststelling van een kader voor een Economische Partnerschapsovereenkomst tussen staten in oostelijk en zuidelijk Afrika, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds

Wederzijdse administratieve bijstand in douaneaangelegenheden

1 Verzoeken in het kader van dit protocol worden schriftelijk gedaan. Zij gaan vergezeld van de documenten die voor de behandeling van het verzoek noodzakelijk zijn. In spoedeisende gevallen kunnen verzoeken ook mondeling worden gedaan, mits zij onmiddellijk schriftelijk worden bevestigd. Verzoeken kunnen ook in elektronische vorm worden gedaan.

2 De overeenkomstig lid 1 ingediende verzoeken bevatten de volgende gegevens:

a. de naam van de verzoekende autoriteit;

b. de maatregel waarom wordt gevraagd;

c. het doel en de reden van het verzoek;

d. de toepasselijke wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen en andere juridische aspecten;

e. zo nauwkeurig en volledig mogelijke informatie over de natuurlijke personen of rechtspersonen op wie het onderzoek betrekking heeft;

f. een samenvatting van de feiten en van het reeds uitgevoerde onderzoek.

3 Verzoeken worden ingediend in een officiële taal van de aangezochte autoriteit of in een voor die autoriteit aanvaardbare taal. Deze eis geldt niet voor de in lid 1 bedoelde documenten bij het verzoek.

4 Indien een verzoek niet aan de hierboven vermelde vormvereisten voldoet, kan worden verzocht het te corrigeren of aan te vullen; in de tussentijd kan opdracht worden gegeven tot conservatoire maatregelen.

Regeling
Tussentijdse Overeenkomst tot vaststelling van een kader voor een Economische Partnerschapsovereenkomst tussen staten in oostelijk en zuidelijk Afrika, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
29-08-2009
BWB-id
BWBV0005864
Versie
2009-08-29_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl