wetzoeker

Artikel 66 Tussentijdse Overeenkomst tot vaststelling van een kader voor een Economische Partnerschapsovereenkomst tussen staten in oostelijk en zuidelijk Afrika, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds

INSTITUTIONELE BEPALINGEN, ALGEMENE EN SLOTBEPALINGEN

1 De volgende OZA-staten, te weten de Republiek Djibouti, de Staat Eritrea, de Federale Democratische Republiek Ethiopië, de Republiek Malawi en de Republiek Sudan, kunnen tot deze overeenkomst toetreden wanneer de partijen hiermee instemmen. Voor de toetredende staat treedt deze overeenkomst in werking in overeenstemming met de toepasselijke wettelijke procedures van de EG, de OZA-staten en het toetredende land. De EG streeft ernaar deze overeenkomst zo spoedig mogelijk op het toetredende land toe te passen.

2 Elk verzoek om toetreding tot deze overeenkomst door een niet in lid 1 genoemde staat in de OZA-regio wordt ingediend bij het EPO-comité, dat erover beslist.

3 Het EPO-comité kan de voorwaarden en specifieke regelingen met het oog op de toetreding van een in lid 2 bedoelde staat vaststellen.

4 Voor een toetredende staat treedt deze overeenkomst in werking op de datum waarop hij zijn instrument van toetreding heeft neergelegd.

Regeling
Tussentijdse Overeenkomst tot vaststelling van een kader voor een Economische Partnerschapsovereenkomst tussen staten in oostelijk en zuidelijk Afrika, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
29-08-2009
BWB-id
BWBV0005864
Versie
2009-08-29_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl