Bijlage II — Overgangsbepalingen Overeenkomst inzake een gemeenschappelijke luchtvaartruimte tussen de Europese Unie en haar lidstaten en de Republiek Moldavië
Overgangsbepalingen
1. De tenuitvoerlegging en toepassing door de Republiek Moldavië van alle bepalingen van de in bijlage III bij deze Overeenkomst vermelde luchtvervoerswetgeving van de Europese Unie, met uitzondering van de in bijlage III, deel D, van deze Overeenkomst vermelde wetgeving inzake beveiliging, wordt geëvalueerd onder de verantwoordelijkheid van de Europese Unie; deze evaluatie wordt gevalideerd door een beslissing van het Gemengd Comité. Deze evaluatie wordt uiterlijk twee jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst uitgevoerd.
2. Onverminderd de bepalingen van bijlage I bij deze Overeenkomst omvatten de in deze Overeenkomst overeengekomen diensten en gespecificeerde routes, tot het ogenblik waarop de in bijlage II, punt 1, van deze Overeenkomst vermelde beslissing wordt vastgesteld, voor de luchtvaartmaatschappijen van beide partijen niet het recht om rechten van de vijfde vrijheid uit te oefenen, behalve de rechten die al waren toegestaan uit hoofde van bilaterale overeenkomsten tussen de Republiek Moldavië en de lidstaten van de Europese Unie, ook niet voor luchtvaartmaatschappijen uit de Republiek Moldavië tussen punten op het grondgebied van de Europese Unie.
Na de vaststelling van de in punt 1 van bijlage II vermelde beslissing hebben de luchtvaartmaatschappijen van beide partijen het recht om rechten van de vijfde vrijheid uit te oefenen, inclusief voor luchtvaartmaatschappijen uit de Republiek Moldavië tussen punten op het grondgebied van de Europese Unie.
3. De tenuitvoerlegging van de wetgeving inzake luchtvaartbeveiliging door de Republiek Moldavië wordt geëvalueerd onder de verantwoordelijkheid van de Europese Unie; deze evaluatie wordt gevalideerd door een beslissing van het Gemengd Comité. Deze evaluatie wordt uiterlijk drie jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst uitgevoerd. Ondertussen past de Republiek Moldavië ECAC Doc 30 toe.
4. Aan het einde van de overgangsperiode wordt het vertrouwelijke deel van de beveiligingswetgeving, zoals vermeld in bijlage III, deel D, bij deze Overeenkomst, ter beschikking gesteld van de bevoegde autoriteit van de Republiek Moldavië, voor zover een overeenkomst wordt gesloten over de uitwisseling van gevoelige beveiligingsinformatie, inclusief EU-gerubriceerde informatie.
5. De geleidelijke overgang van de Republiek Moldavië naar de volledige toepassing van de in bijlage III bij deze Overeenkomst vermelde wetgeving van de Europese Unie inzake luchtvervoer kan regelmatig worden beoordeeld. De beoordelingen worden uitgevoerd door de Europese Commissie, in samenwerking met de Republiek Moldavië.
6. Vanaf de in punt 1 van deze bijlage vermelde datum van de beslissing, past de Republiek Moldavië regels voor de afgifte van exploitatievergunningen toe die in wezen gelijkwaardig zijn aan die van hoofdstuk II van Verordening (EG) nr. 1008/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 24 september 2008 inzake gemeenschappelijke regels voor de exploitatie van luchtdiensten in de Gemeenschap. De bepalingen van artikel 4 (Wederzijdse erkenning van regelgevende vaststellingen met betrekking tot deugdelijkheid, eigendom van en zeggenschap over luchtvaartmaatschappijen) van deze Overeenkomst, welke betrekking hebben op de wederzijdse erkenning van de deugdelijkheids- en/of nationaliteitvaststellingen door de bevoegde autoriteiten van de Republiek Moldavië, worden door de bevoegde autoriteiten van de Europese Unie toegepast nadat het Gemengd Comité heeft bevestigd dat de Republiek Moldavië dergelijke regels met betrekking tot de afgifte van exploitatievergunningen volledig toepast.
7. Onverminderd een beslissing van het Gemengd Comité of een beslissing in het kader van artikel 24 (Vrijwaringsmaatregelen), kunnen luchtvaartuigen die op de datum van ondertekening in het register van de Republiek Moldavië zijn opgenomen en worden gebruikt door exploitanten die onder de regelgevende controle van de Republiek Moldavië staan, maar waarvoor geen typecertificaat is afgegeven overeenkomstig de relevante EU-wetgeving van deel C van bijlage III bij deze Overeenkomst, worden beheerd onder de verantwoordelijkheid van de bevoegde autoriteiten van de Republiek Moldavië overeenkomstig de toepasselijke nationale voorschriften van de Republiek Moldavië tot:
a. 1 januari 2017 voor bepaalde vliegtuigen die alleen voor vrachtvervoer worden gebruikt;
b. 31 december 2022 voor bepaalde helikopters die worden ingezet voor zoek- en reddingsopdrachten, luchtwerk, opleiding, noodopdrachten, landbouw- en humanitaire vluchten overeenkomstig de exploitatiecertificaten van de respectieve maatschappijen,
voor zover de luchtvaartuigen voldoen aan de internationale luchtvaartveiligheidsnormen die krachtens het Verdrag zijn vastgesteld. Dergelijke luchtvaartuigen genieten geen rechten uit hoofde van deze Overeenkomst en worden niet ingezet op routes naar, van of in de Europese Unie.
Tijdens de overgangsfase mag het aantal luchtvaartuigen in het register van de Republiek Moldavië dat niet beschikt over een typecertificaat dat is afgegeven overeenkomstig de relevante EU-wetgeving, niet meer dan 53 bedragen tot 1 januari 2017; daarna mag dit aantal niet meer dan 36 bedragen en uiterlijk op 31 december 2022 moeten deze luchtvaartuigen volledig zijn uitgefaseerd.
- Regeling
- Overeenkomst inzake een gemeenschappelijke luchtvaartruimte tussen de Europese Unie en haar lidstaten en de Republiek Moldavië
- Soort
- Verdrag
- Geldend vanaf
- 24-07-2025
- BWB-id
- BWBV0005858
- Versie
- 2025-07-24_0