wetzoeker

Artikel 13 Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa

Vertegenwoordigers bij de Raadgevende Vergadering

Geen administratieve of andere beperking zal worden toegepast op de bewegingsvrijheid van de vertegenwoordigers bij de Raadgevende Vergadering en hun vervangers, die zich begeven naar of terugkeren van de plaats van samenkomst van de Vergadering.

Aan de Vertegenwoordigers en hun plaatsvervangers zullen, wat betreft douane- en deviezen-regelingen, worden toegekend:

(a) door hun eigen regering, dezelfde faciliteiten als die, welke worden toegekend aan hoge ambtenaren die met een tijdelijke, officiële opdracht naar het buitenland reizen;

(b) door de regeringen van de andere Leden, dezelfde faciliteiten als die, welke worden toegekend aan de vertegenwoordigers van buitenlandse regeringen met een tijdelijke, officiële opdracht.

Regeling
Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
10-09-1952
BWB-id
BWBV0005781
Versie
1952-09-10_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl