wetzoeker

Artikel 18 Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa

Functionarissen van de Raad

Functionarissen van de Raad van Europa zullen:

(a) immuniteit genieten van rechtsvervolging met betrekking tot door hen gesproken of geschreven woorden en alle handelingen door hen verricht in hun officiële hoedanigheid en binnen de grenzen van hun bevoegdheid;

(b) vrijgesteld zijn van belasting op de salarissen en emolumenten welke aan hen worden betaald door de Raad van Europa;

(c) tezamen met hun echtgenoten en van hen afhankelijke familieleden, vrijgesteld zijn van immigratie-beperkingen en vreemdelingenregistratie;

(d) dezelfde voorrechten genieten nopens het wisselen van geld als die welke worden verleend aan functionarissen van vergelijkbare rang die deel uitmaken van diplomatieke zendingen bij de betreffende Regering;

(e) tezamen met hun echtgenoten en van hen afhankelijke bloedverwanten, dezelfde repatriëringsfaciliteiten ontvangen in tijden van internationale crisis, als personen die met een diplomatieke zending zijn belast;

(f) het recht hebben hun huisraad en goederen vrij van rechten in te voeren de eerste maal, dat zij hun post in het betreffende land aanvaarden, en om dit huisraad en deze goederen weer vrij uit te voeren naar het land waar zij domicilie hebben.

Regeling
Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
10-09-1952
BWB-id
BWBV0005781
Versie
1952-09-10_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl