wetzoeker

Artikel 16 Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa

Functionarissen van de Raad

Behalve de immuniteiten en de voorrechten aangegeven in het hieronder genoemde artikel 18, zullen aan de Secretaris-Generaal en de Plaatsvervangende Secretaris-Generaal, met betrekking tot henzelven, hun echtgenoten en minderjarige kinderen, de voorrechten en immuniteiten, vrijstellingen en faciliteiten worden verleend, welke worden toegekend aan hen, die met een diplomatieke zending zijn belast in overeenstemming met het Internationale Recht.

Regeling
Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
10-09-1952
BWB-id
BWBV0005781
Versie
1952-09-10_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl