wetzoeker

Artikel 7 Luchtvaartovereenkomst tussen de Nederlandse Regering en de Oostenrijkse Federale Regering

Elke overeenkomstsluitende partij behoudt zich het recht voor de uitoefening van de rechten, vermeld in de Bijlage van deze Overeenkomst, door een luchtvaartmaatschappij, aangewezen door de andere overeenkomstsluitende partij, niet te verlenen of in te trekken in elk geval waarin niet tot haar genoegen is gebleken, dat het overwegende eigendomsrecht en het daadwerkelijk toezicht, berusten bij onderdanen van een partij bij deze Overeenkomst, dan wel ingeval een luchtvaartmaatschappij in gebreke blijft de wetten van de staten, over wier grondgebied zij luchtdiensten onderhoudt, als omschreven in artikel 6 van deze Overeenkomst, na te komen of aan haar verplichtingen ingevolge deze Overeenkomst te voldoen.

Regeling
Luchtvaartovereenkomst tussen de Nederlandse Regering en de Oostenrijkse Federale Regering
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
25-05-1961
BWB-id
BWBV0005772
Versie
1961-05-25_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl