wetzoeker

Artikel 4 Luchtvaartovereenkomst tussen de Nederlandse Regering en de Oostenrijkse Federale Regering

Teneinde bevoorrechtende praktijken te voorkomen en gelijkheid van behandeling te verzekeren, wordt overeengekomen dat:

(a) Elk van de overeenkomstsluitende partijen kan opleggen of doen opleggen billijke en redelijke kosten voor het gebruik van luchthavens en andere faciliteiten. Elk van de overeenkomstsluitende partijen neemt echter op zich, dat deze kosten niet hoger zullen zijn dan die, welke zouden worden betaald voor het gebruik van zodanige luchthavens en faciliteiten door haar eigen luchtvaartuigen, gebezigd op soortgelijke internationale diensten.

(b) Op motorbrandstof, smeeroliën en reservedelen, welke in het gebied van een overeenkomstsluitende partij door de andere overeenkomstsluitende partij of haar onderdanen worden ingevoerd of aan boord genomen, en welke uitsluitend bestemd zijn voor het gebruik door luchtvaartuigen van die andere overeenkomstsluitende partij, zal ten aanzien van douanerechten, inspectiekosten en andere nationale rechten of kosten, opgelegd door de eerste overeenkomstsluitende partij, een behandeling worden toegepast, welke niet ongunstiger is dan die, toegestaan aan nationale en andere buitenlandse luchtvaartmaatschappijen, welke zich bezig houden met internationaal luchtvervoer.

(c) Luchtvaartuigen, welke gebezigd worden op de overeengekomen diensten en voorraden motorbrandstof, smeeroliën, reservedelen, normale uitrustingstukken en proviand, welke aan boord blijven van burgerlijke luchtvaartuigen van de luchtvaartmaatschappijen van de overeenkomstsluitende partijen, waaraan vergunning is verleend de in de Bijlage omschreven routes en diensten te exploiteren, zijn bij binnenkomst in en vertrek uit het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende partij vrijgesteld van douanerechten, inspectiekosten of soortgelijke rechten en kosten, zelfs indien zodanige voorraden worden gebruikt of verbruikt door zulke luchtvaartuigen bij vluchten binnen dat grondgebied.

(d) De onder vorenbedoelde vrijstelling vallende goederen mogen slechts worden gelost met toestemming van de douane-autoriteiten van de andere overeenkomstsluitende partij. De geloste goederen, die weer zullen moeten worden uitgevoerd, zullen tot wederuitvoer onder toezicht van de douane blijven.

Regeling
Luchtvaartovereenkomst tussen de Nederlandse Regering en de Oostenrijkse Federale Regering
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
25-05-1961
BWB-id
BWBV0005772
Versie
1961-05-25_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl