wetzoeker

Artikel 8 Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland inzake onderling strijdige aanspraken op buiten Duitsland gelegen Duitse bezittingen

Boedels van overledenen, trusts en andere soorten van fiduciaire regelingen, waarbij een vijandelijk Duits belang is betrokken

Vermogensbestanddelen, welke zich binnen het grondgebied van een der Verdragsluitende Regeringen bevinden, gesteld onder een bona fide trust of een andere bona fide fiduciaire regeling, waarbij belangen van een vijandelijke Duitser als begunstigde of anderszins betrokken zijn en welke trust of regeling is aangegaan volgens de wetten van de andere Verdragsluitende Regering, moeten worden vrijgemaakt van het beheer door de beheersinstanties van de eerstgenoemde Regering; deze mag echter de belangen van vijandelijke Duitsers bij binnen haar grondgebied gelegen onroerend goed behouden. Het vrijgeven zal, op grond van dit deel van het Aanhangsel, niet verplicht zijn in de gevallen waarin de trust of andere fiduciaire regeling werd aangegaan door een ingezetene van Duitsland of een vijandelijke Duitser, of iemand die later een vijandelijke Duitser is geworden.

Regeling
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland inzake onderling strijdige aanspraken op buiten Duitsland gelegen Duitse bezittingen
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
27-03-1951
BWB-id
BWBV0005765
Versie
1951-03-27_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl