wetzoeker

Artikel 26 Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland inzake onderling strijdige aanspraken op buiten Duitsland gelegen Duitse bezittingen

Interpretatie en toepassing

De Verdragsluitende Regeringen, ervan uitgaande, dat de last der herstelbetalingen dient te drukken op Duitsland en niet op Geallieerde onderdanen, zijn het er in beginsel over eens, dat buiten Duitsland gelegen beleggingen van door het Duitse recht beheerste vennootschappen, waarin zich een aanmerkelijk niet-Duits belang bevindt, voorzover doenlijk uitgesloten dienen te worden van het deel der Duitse bezittingen, hetwelk als voor herstelbetaling beschikbaar wordt beschouwd. Gezien de ingewikkeldheid en de verscheidenheid van bijzondere gevallen, is iedere Verdragsluitende Regering bereid met de andere Verdragsluitende Regering te onderhandelen over een overeenkomst welke uitvoering geeft aan het hierboven aangegeven beginsel met betrekking tot de hierboven omschreven vermogensbestanddelen welke in haar grondgebied zijn gelegen en waarin de andere Regering enig belang heeft.

Regeling
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland inzake onderling strijdige aanspraken op buiten Duitsland gelegen Duitse bezittingen
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
27-03-1951
BWB-id
BWBV0005765
Versie
1951-03-27_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl