wetzoeker

Verdrag tussen Nederland en België inzake de uitoefening der veeartsenijkunst in de grensgemeenten

Soort
Verdrag
Geldend vanaf
20-09-1949
Rechtsgebied
Agrarisch recht, Belastingrecht, Internationaal publiekrecht, Invoer en douane, Migratierecht
Ministerie
Buitenlandse Zaken
BWB-id
BWBV0005761
Versie
1949-09-20_0
SHA-256 bron
2016079b315371942b28db93f537b0c47e56329ecf7fa5ccf7d21e1344854466

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (7)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Proces-verbaal

Verdrag tusschen Nederland en België inzake de uitoefening der veeartsenijkunst in de grensgemeenten

Artikel 1

De Belgische veeartsen, gevestigd in de aan Nederland grenzende Belgische gemeenten en die aldaar bevoegd zijn de veeartsenijkunst uit te oefenen, zullen het recht hebben diezelfde kunst in de aan België grenzende Nederlandsche gemeenten uit te oefenen, en wederkeerig wordt aan de Nederlandsche veeartsen, gevestigd in aan België grenzende Nederlandsche gemeenten, onder dezelfde voorwaarde toegestaan hun kunst uit te oefenen in de aan Nederland grenzende Belgische gemeenten.

Verdrag tusschen Nederland en België inzake de uitoefening der veeartsenijkunst in de grensgemeenten

Artikel 2

Zij zijn verplicht zich te gedragen naar de wetgeving, welke in het land, waar zij gebruik maken van het recht hun bij het voorgaand artikel verleend, met betrekking tot de uitoefening der veeartsenijkunst van kracht is of zal zijn. Zij zijn verplicht zich eveneens te gedragen naar de administratieve maatregelen in dat land voorgeschreven.

De veeartsen, die zich naar de hierboven bedoelde wettelijke of administratieve bepalingen niet mochten gedragen, zullen verstoken worden van het voorrecht in artikel 1 omschreven.

Verdrag tusschen Nederland en België inzake de uitoefening der veeartsenijkunst in de grensgemeenten

Artikel 3

De veeartsen, die op de plaats, waar zij gevestigd zijn, bevoegd zijn tot het afleveren van geneesmiddelen, sera, entstoffen en diagnostische middelen, zullen het recht hebben die onder inachtneming van het bepaalde bij artikel 2, evenzeer af te leveren in de grensgemeenten van het andere land ten behoeve van het door hen behandelde vee, wanneer die geneesmiddelen, sera, entstoffen en diagnostische middelen, niet ter plaatse verkrijgbaar zijn.

De overeenkomstig de bepalingen van de vorige alinea afgeleverde geneesmiddelen zullen bij hun invoer aan geenerlei recht hoegenaamd onderworpen zijn.

Verdrag tusschen Nederland en België inzake de uitoefening der veeartsenijkunst in de grensgemeenten

Artikel 4

De veeartsen van de beide Staten zullen te allen tijde het recht hebben de uit de uitoefening der veeartsenijkunst in het andere land voor hen voortvloeiende inkomsten, vrij over de grens naar de gemeente hunner vestiging te brengen.

Verdrag tusschen Nederland en België inzake de uitoefening der veeartsenijkunst in de grensgemeenten

Artikel 5

ln de maand Januari van elk jaar zullen de wederzijdsche Regeeringen elkander een staat doen toekomen, vermeldende de namen en standplaatsen der veeartsen, die bevoegd zijn de practijk uit te oefenen in de wederzijdsche grensgemeenten.

Verdrag tusschen Nederland en België inzake de uitoefening der veeartsenijkunst in de grensgemeenten

Artikel 6

Dit Verdrag, dat in Franschen en Nederlandschen tekst is opgesteld, welke beide teksten authentiek zijn, treedt in de plaats van de Verklaring van 5 Maart 1884.

Het zal worden bekrachtigd en de akten van bekrachtiging zullen zoo spoedig mogelijk worden uitgewisseld te 's-Gravenhage.

Het treedt in werking eene maand na de uitwisseling der akten van bekrachtiging en blijft van kracht tot zes maanden na hare opzegging door eene der twee Partijen.

Proces-verbaal

Proces-verbaal

De ondergetekenden, Mr. D. U. Stikker, Minister van Buitenlandse Zaken van Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden en de Heer E. Graeffe, buitengewoon en gevolmachtigd ambassadeur van België te 's-Gravenhage, zijn heden bijeengekomen in het Ministerie van Buitenlandse Zaken te 's-Gravenhage, teneinde de akten van bekrachtiging uit te wisselen van het op 28 April 1947 te Brussel ondertekende verdrag tussen Nederland en België betreffende de uitoefening van de veeartsenijkunst in de grensgemeenten.

Nadat deze akten zijn overgelegd en overeenstemmend bevonden, heeft de uitwisseling ervan plaats gehad.

Bij deze uitwisseling zijn de Nederlandse en Belgische Regeringen overeengekomen, op de hieronder aangegeven wijze, nader te omschrijven de betekenis, die zij voorlopig wensen te geven aan de bepalingen, vervat in artikel 4 van het verdrag nopens de uitoefening der veeartsenijkunde.

Derhalve is het wel verstaan, dat zolang als in een van beide landen bepalingen van kracht blijven nopens de in- of uitvoer van deviezen van een van beide landen, zij, die zich op bedoeld verdrag kunnen beroepen, de inkomsten, die zij uit hun beroepsbezigheden hebben verworven, niet zullen mogen overmaken dan binnen het kader van de verdragsbepalingen, die op monetair gebied tussen de twee landen van kracht zijn.