wetzoeker

Artikel 6 Luchtvaartovereenkomst tussen Nederland en Finland

(a) De wetten en voorschriften van een Overeenkomstsluitende Partij betreffende de toelating in of het vertrek uit haar grondgebied van luchtvaartuigen, gebruikt in de internationale luchtvaart, of betreffende de exploitatie van en het vliegen met zulke luchtvaartuigen gedurende het verblijf binnen haar grondgebied, zullen zonder onderscheid van nationaliteit van toepassing zijn op de luchtvaartuigen, welke gebruikt worden door de aangewezen luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen van de andere Overeenkomstsluitende Partij en zullen door deze luchtvaartuigen moeten worden nagekomen bij het binnenkomen in of verlaten van of gedurende het verblijf binnen het grondgebied van de eerste partij.

(b) De wetten en voorschriften van een Overeenkomstsluitende Partij betreffende de toelating in of het vertrek uit haar grondgebied van passagiers, bemanning of lading van luchtvaartuigen, zoals voorschriften betreffende binnenkomst, het in- en uitklaren, immigratie, paspoorten, douane en quarantaine, zullen door of vanwege de passagiers, bemanning of lading van luchtvaartuigen, gebezigd door de aangewezen luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen van de andere Overeenkomstsluitende Partij bij het binnenkomen in, het vetrek uit of gedurende het verblijf binnen het grondgebied van de eerste partij in acht worden genomen.

Regeling
Luchtvaartovereenkomst tussen Nederland en Finland
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
21-12-1968
BWB-id
BWBV0005741
Versie
1968-12-21_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl