wetzoeker

Tekst Notawisseling tussen de Nederlandse en de Luxemburgse Regering houdende een overeenkomst betreffende de vrijheden van de lucht met betrekking tot hun geregelde luchtdiensten

's-Gravenhage, 14 April 1948.

Mijnheer de Minister,

Ik heb de eer Uwer Excellentie te berichten, dat mijn Regering mij heeft opgedragen Uwer Excellentie de navolgende nota te doen toekomen:

„De Regering van Luxemburg is bereid aan de Nederlandse Regering de navolgende vrijheden van de lucht te verlenen, voor wat betreft geregelde internationale luchtdiensten;

1) het recht om over het grondgebied van Luxemburg te vliegen zonder te landen;

2) het recht om te landen voor andere dan commerciële doeleinden;

3) het recht om passagiers, post en goederen af te zetten, aan boord genomen op Nederlands grondgebied;

4) het recht om passagiers, post en goederen aan boord te nemen en af te zetten op Nederlands grondgebied;

5) het recht om passagiers, post en goederen aan boord te nemen, bestemd voor het grondgebied van elke andere staat en het recht om passagiers, post en goederen, afkomstig van het grondgebied van elke andere staat, af te zetten.

De uitoefening van bovengenoemde rechten zal in overeenstemming zijn met de regelen van het Internationale Verdrag voor de Burgerluchtvaart van Chicago, welke op 7 December 1944 werd ondertekend.

Deze nota, zowel als de nota waarbij Uwe Excellentie aan de Regering van Luxemburg dezelfde rechten zal willen verlenen, zullen worden beschouwd als de voor deze aangelegenheid gesloten overeenkomst.

Gelief, Mijnheer de Minister, de verzekering van mijn meeste hoogachting te aanvaarden.

COLLART.

Zijner Excellentie

De Heer Minister van Buitenlandse Zaken,

's-Gravenhage.

Regeling
Notawisseling tussen de Nederlandse en de Luxemburgse Regering houdende een overeenkomst betreffende de vrijheden van de lucht met betrekking tot hun geregelde luchtdiensten
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
23-06-1948
BWB-id
BWBV0005731
Versie
1948-06-23_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl