wetzoeker

Art. 3 Internationaal Verdrag tot bestrijding van de zogenaamde handel in vrouwen en meisjes, zoals gewijzigd door het Protocol van 4 mei 1949

De verdragsluitende partijen, wier wetgeving op dit oogenblik nog niet voldoende is tot het strafbaar stellen der in de beide voorgaande artikelen omschreven feiten, verbinden zich die maatregelen te nemen of aan hare wetgevende lichamen voor te stellen, welke vereischt worden, opdat bedoelde feiten in verhouding tot den ernst daarvan strafbaar worden gesteld.

Regeling
Internationaal Verdrag tot bestrijding van de zogenaamde handel in vrouwen en meisjes, zoals gewijzigd door het Protocol van 4 mei 1949
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
14-08-1951
BWB-id
BWBV0005727
Versie
1951-08-14_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl