wetzoeker

Artikel 6 Overeenkomst voor de vervolging en bestraffing van de grote oorlogsmisdadigers van de Europese As

Rechtsmacht en algemeene beginselen.

De Rechtbank, die door de Overeenkomst bedoeld in art. 1 wordt ingesteld voor de berechting en bestraffing van de groote oorlogsmisdadigers van de landen van de Europeesche As, zal de bevoegdheid hebben personen te berechten en te bestraffen, die, handelende in het belang van de landen van de Europeesche As, hetzij individueel, hetzij als leden van organisaties, een van de volgende misdrijven hebben begaan.

De volgende handelingen, of een van deze, zijn misdrijven, die vallen binnen de rechtsmacht van de Rechtbank en waarvoor individueele aansprakelijkheid zal bestaan:

(a) Misdrijven tegen den vrede: namelijk het maken van plannen voor, het voorbereiden van, het nemen van initiatief tot of het voeren van een aanvalsoorlog of een oorlog in strijd met internationale verdragen, overeenkomsten of verzekeringen, of deelneming aan een gemeenschappelijk plan of samenzwering voor het verrichten van een van de bovengenoemde handelingen;

(b) Oorlogsmisdrijven: namelijk schendingen van de wetten of gebruiken van den oorlog. Zoodanige schendingen zullen omvatten, doch niet beperkt zijn tot moord, mishandeling, of deportatie, met het oog op slavenarbeid of voor eenig ander doel, van de burgerbevolking van of in bezet grondgebied, moord of mishandeling van krijgsgevangenen of van personen op zee, het dooden van gijzelaars, plundering van openbaren of particulieren eigendom, willekeurige vernietiging van steden, plaatsen of dorpen, of verwoesting, welke niet door militaire noodzaak gerechtvaardigd was;

(c) Misdrijven tegen de menschelijkheid: namelijk moord, uitroeiing, het in slavernij voeren, deportatie en andere onmenschelijke handelingen, die vóór of gedurende den oorlog bedreven zijn tegen burgerbevolking; of vervolgingen op grond van politiek, ras of godsdienst ter uitvoering van of in verband met eenig misdrijf behoorende tot de rechtsmacht van de Rechtbank, onverschillig of deze geschiedden al dan niet in strijd met het nationale recht van het land, waar deze daden werden bedreven.

Leiders, organisatoren, zij die hebben uitgelokt en medeplichtigen, die hebben deelgenomen aan het opstellen of het uitvoeren van een gemeenschappelijk plan of samenzwering om een van de bovengenoemde misdrijven te begaan, zijn aansprakelijk voor alle daden, die door personen ter uitvoering van dit plan zijn verricht.

Regeling
Overeenkomst voor de vervolging en bestraffing van de grote oorlogsmisdadigers van de Europese As
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
25-09-1945
BWB-id
BWBV0005717
Versie
1945-09-25_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl