wetzoeker

Artikel 14 Overeenkomst voor de vervolging en bestraffing van de grote oorlogsmisdadigers van de Europese As

Comité voor het onderzoek en de vervolging van de groote oorlogsmisdadigers.

Iedere Onderteekenaar zal een Hoofdaanklager voor het onderzoek van de beschuldigingen tegen en de vervolging van de groote oorlogsmisdadigers benoemen.

De Hoofdaanklagers zullen als Comité optreden voor de volgende doeleinden:

(a) om een plan vast te stellen voor het individueele werk van ieder van de Hoofdaanklagers en zijn staf,

(b) om de definitieve aanwijzing te doen van de groote oorlogsmisdadigers, die door de Rechtbank zullen worden berecht,

(c) om de telastelegging en de daarbij over te leggen stukken goed te keuren,

(d) om de telastelegging en de daarbij behoorende stukken bij de Rechtbank in te dienen,

(e) om ontwerp-regelen voor de procedure als bedoeld in art. 13 van dit Handvest te ontwerpen en ter goedkeuring aan de Rechtbank aan te bevelen. De Rechtbank zal de bevoegdheid hebben, de aldus aanbevolen regelen, met of zonder amendementen, aan te nemen of te verwerpen.

Het Comité zal bij alle bovenvermelde aangelegenheden met gewone meerderheid beslissen en een Voorzitter aanwijzen, zooals geschikt zal voorkomen en in overeenstemming met het beginsel van rouleering, met dien verstande, dat, indien de stemmen staken omtrent de aanwijzing van een verdachte, die door de Rechtbank moet worden berecht, of omtrent de misdrijven, waarvan hij zal worden beschuldigd, dat voorstel zal zijn aangenomen, dat gedaan is door de partij, die voorstelde, dat de betrokken verdachte zou worden berecht of de bedoelde beschuldigingen tegen hem zouden worden ingebracht.

Regeling
Overeenkomst voor de vervolging en bestraffing van de grote oorlogsmisdadigers van de Europese As
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
25-09-1945
BWB-id
BWBV0005717
Versie
1945-09-25_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl