BIJLAGE XV — Bijzondere Bepalingen betreffende bepaalde Categorieën van Eigendommen Vredesverdrag tussen de Geallieerde en Geassocieerde Mogendheden en Italië
Bijzondere Bepalingen betreffende bepaalde Categorieën van Eigendommen
A. Industriële, Letterkundige en Artistieke Eigendommen
1.
a. Er zal een termijn van een jaar, te berekenen vanaf de datum van het van kracht worden van dit Verdrag, aan de Geallieerde en Geassocieerde Mogendheden en hun onderdanen worden toegestaan, zonder betaling van uitstelheffingen of enige andere sancties, ten einde hen in staat te stellen, de nodige daden te verrichten ter verkrijging, of voor het behoud in Italië, van de industriële, letterkundige of artistieke eigendomsrechten, welke niet verricht hebben kunnen worden ten gevolge van de bestaande staat van oorlog.
b. De Geallieerde en Geassocieerde Mogendheden of hun onderdanen, die op het gebied van enige Geallieerde of Geassocieerde Mogendheid een aanvraag hebben gedaan, hetzij ter verkrijging van een octrooi of een inschrijving van een gebruiksmodel, op zijn vroegst twaalf maanden voor de opening der vijandelijkheden met Italië of gedurende deze, hetzij voor de inschrijving van een industriële tekening, model of fabrieksmerk, ten hoogste zes maanden voor de opening der vijandelijkheden met Italië, of gedurende deze, zullen gerechtigd zijn, voor de duur van een periode van twaalf maanden, vanaf de datum van het van kracht worden van dit Verdrag, de overeenkomstige rechten in Italië aan te vragen, met een recht van voorrang, gebaseerd op het feit, dat zij reeds vroeger een aanvraag hadden gedaan in het gebied van deze Geallieerde of Geassocieerde Mogendheid.
c. Elk der Geallieerde en Geassocieerde Mogendheden en haar onderdanen, zal gedurende een periode van een jaar, vanaf de datum van het van kracht worden van dit Verdrag, vervolging kunnen instellen in Italië tegen natuurlijke of rechtspersonen, die inbreuk hebben gemaakt op hun industriële, letterkundige en artistieke eigendomsrechten, tussen de datum van het uitbreken der vijandelijkheden en die van het van kracht worden van dit Verdrag.
2. Bij het vaststellen van de periode gedurende welke een octrooirecht moet worden geëxploiteerd of een model of fabrieksmerk moet worden gebruikt, zal de periode vanaf het uitbreken der vijandelijkheden tot aan het einde van de achttiende maand na het van kracht worden van dit Verdrag, niet worden meegeteld.
3. In de berekening van de normale geldigheidsduur van industriële, letterkundige en artistieke eigendomsrechten, welke in Italië golden bij het uitbreken der vijandelijkheden, of welke erkend of gevestigd zullen worden onder de voorwaarden, bedoeld in deel A van deze bijlage, en welke toebehoren aan een van de Geallieerde of Geassocieerde Mogendheden of aan haar onderdanen, zal geen rekening worden gehouden met de periode tussen het uitbreken der vijandelijkheden en de datum van het van kracht worden van dit Verdrag. De normale geldigheidsduur van deze rechten zal dientengevolge in Italië als automatisch verlengd beschouwd worden, met een nieuwe periode, gelijk aan die, welke niet meegeteld zal zijn.
4. De voorafgaande bepalingen betreffende de rechten in Italië van de Geallieerde en Geassocieerde Mogendheden en hun onderdanen zullen eveneens moeten worden toegepast op de rechten van Italië en zijn onderdanen in de gebieden van de Geallieerde en Geassocieerde Mogendheden. Geen enkele van deze bepalingen zal echter aan Italië of zijn onderdanen recht geven op een gunstiger behandeling in het gebied van een der Geallieerde of Geassocieerde Mogendheden, dan die, welke in hetzelfde geval door die Mogendheid aan enige andere der Verenigde Naties of haar onderdanen wordt toegestaan; evenmin zal Italië gehouden zijn, krachtens deze bepalingen aan een van de Geallieerde of Geassocieerde Mogendheden of haar onderdanen, een gunstiger behandeling te geven, dan die, welke Italië of zijn onderdanen genieten op het gebied van die Mogendheid, met betrekking tot de onderwerpen, waarop de voorafgaande bepalingen slaan.
5. Derden, die wonen op het gebied van enige Geallieerde of Geassocieerde Mogendheid of op Italiaans Gebied en die voor de datum van het van kracht worden van dit Verdrag te goeder trouw industriële, letterkundige of artistieke eigendomsrechten verkregen hebben, welke indruisen tegen de rechten, hersteld krachtens deel A van deze Bijlage, of tegen rechten, welke verkregen zijn krachtens de op grond van deze bepalingen toegestane voorrangen, of welke te goeder trouw het voorwerp van deze rechten hebben vervaardigd, uitgegeven, gereproduceerd, gebruikt of verkocht, zullen toestemming krijgen deze rechten, welke zij te goeder trouw verkregen hadden te blijven uitoefenen, en om de vervaardiging, publicatie, reproductie, het gebruik of de verkoop, die zij te goeder trouw hadden ondernomen, voort te zetten of te hervatten, zonder zich bloot te stellen aan vervolgingen wegens inbreuk.
Die toestemming zal in Italië gegeven worden in de vorm van een niet-exclusieve vergunning, toegewezen onder die voorwaarden, welke bij overeenkomst tussen de belanghebbende partijen door hen moeten worden vastgesteld, of, bij gebreke van overeenkomst, door de verzoeningscommissie, ingesteld krachtens artikel 83 van dit Verdrag. In de gebieden van elk der Geallieerde of Geassocieerde Mogendheden zullen echter de bona fide derden profiteren van de bescherming, welke in overeenkomstige gevallen wordt gegeven aan bona fide derden, wier rechten indruisen tegen die van de onderdanen der andere Geallieerde en Geassocieerde Mogendheden.
6. Geen enkele bepaling van deel A van deze bijlage mag in die zin uitgelegd worden, dat zij aan Italië of aan zijn onderdanen in het gebied van enige der Geallieerde of Geassocieerde Mogendheden recht zou geven op octrooi of gebruiksmodellen voor uitvindingen betreffende enig artikel, hetwelk uitdrukkelijk aangeduid is in de omschrijving van het oorlogsmaterieel, opgesomd in bijlage XIII van dit Verdrag, welke uitvindingen gedaan zijn of waarvoor aanvragen ter inschrijving door Italië of een van zijn onderdanen zijn gedaan, in Italië of in het gebied van een andere As-Mogendheid of in een door de As-troepen bezet gebied, gedurende de tijd, dat dit gebied onder het toezicht van de troepen of autoriteiten der As-Mogendheden stond.
7. Italië zal eveneens de voordelen der voorafgaande bepalingen van deze bijlage toekennen aan de Verenigde Naties, geen Geallieerde en Geassocieerde Mogendheden zijnde, wier diplomatieke betrekkingen met Italië gedurende de oorlog verbroken zijn geweest en die zich verbinden aan Italië de voordelen te verlenen, welke krachtens genoemde bepalingen aan dat land worden toegekend.
8. Geen enkele bepaling van deel A van deze bijlage mag uitgelegd worden als zijnde in strijd met artikel 78, 79, en 81 van dit Verdrag.
B. Verzekeringen
1. Behoudens beperkingen, opgelegd aan assuradeuren in het algemeen, zal er aan de assuradeuren, die onderdanen van de Verenigde Naties zijn, geen enkele hindernis in de weg gelegd worden voor het wederom verkrijgen van hun vroegere portefeuilles.
2. Indien een assuradeur, die onderdaan is van één der Verenigde Naties, zijn beroepswerkzaamheden in Italië wenst te hervatten, en indien de waarde van de garantiedeposito's of van de reserves, welke in Italië vereist worden van de verzekeringsondernemingen voor het uitoefenen van haar werkzaamheden, verminderd is door het verlies of de waardevermindering van de effecten, welke deze deposito's of reserves uitmaakten, dan verbindt de Italiaanse Regering zich om, voor de duur van achttien maanden, de overgebleven effecten aan te nemen, alsof zij volledig voldeden aan de wettelijke voorschriften betreffende de deposito's en reserves.
- Regeling
- Vredesverdrag tussen de Geallieerde en Geassocieerde Mogendheden en Italië
- Soort
- Verdrag
- Geldend vanaf
- 17-02-1949
- BWB-id
- BWBV0005714
- Versie
- 1949-02-17_0