wetzoeker

Artikel 36 Vredesverdrag tussen de Geallieerde en Geassocieerde Mogendheden en Italië

Permanent Statuut van het Vrije Gebied van Triëst

Behalve in die gevallen, waarin door een artikel van dit Statuut een andere procedure uitdrukkelijk is voorzien, zal elk geschil betreffende de uitlegging of de uitvoering van het Statuut, dat niet door rechtstreekse onderhandelingen is opgelost, tenzij de partijen onderling een andere wijze van regeling overeenkomen, op verzoek van een der partijen voorgelegd worden aan een commissie bestaande uit een vertegenwoordiger van elke partij en een derde lid, dat in gemeenschappelijk overleg door beide partijen uit de onderdanen van een derde land gekozen wordt. Mochten de partijen er niet in slagen binnen een maand een derde lid te benoemen, dan zal elk der partijen de Secretaris-Generaal der Verenigde Naties kunnen verzoeken, zich met die benoeming te belasten. De uitspraak van de meerderheid der leden van de Commissie zal als de uitspraak van de Commissie worden beschouwd en door beide partijen als beslissend en bindend worden geacht.

Regeling
Vredesverdrag tussen de Geallieerde en Geassocieerde Mogendheden en Italië
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
17-02-1949
BWB-id
BWBV0005714
Versie
1949-02-17_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl