wetzoeker

BIJLAGE V — Watervoorziening van de gemeente Gorizia en omstreken Vredesverdrag tussen de Geallieerde en Geassocieerde Mogendheden en Italië

Watervoorziening van de gemeente Gorizia en omstreken

1. In de hoedanigheid van eigenaar, zal Zuidslavië het onderhoud en de exploitatie van de bronnen en de installaties voor de watervoorziening van Fonte Fredda en Moncorona verzekeren, evenals de watervoorziening van dat deel van de gemeente Gorizia, dat luidens de bewoordingen van dit Verdrag, in Italië blijft. Italië zal het onderhoud en de exploitatie van het reservoir en van het waterleidingstelsel die zich op Italiaans grondgebied bevinden en door de hierboven genoemde bronnen gevoed worden, blijven verzekeren; het zal eveneens water blijven leveren aan de gebieden in Zuidslavië die, luidens de bewoordingen van dit Verdrag, aan dit land zullen zijn overgedragen en waarvan de watervoorziening van Italië uit wordt geregeld.

2. Het zal dezelfde hoeveelheid water zijn die, op deze wijze verschaft, gewoonlijk vroeger aan dit gebied geleverd werd. In het geval, dat de verbruikers van een der beide Staten een extra-hoeveelheid water nodig mochten hebben, zullen de beide Regeringen de kwestie gezamenlijk onderzoeken om een overeenkomst tot stand te brengen in zake al die maatregelen, die redelijkerwijs nodig zullen kunnen zijn om in deze behoefte te voorzien. Indien de beschikbaar gestelde hoeveelheid water tijdelijk door een natuurlijke oorzaak zou verminderen, dan zal de hoeveelheid water, afkomstig van de hierboven genoemde bronnen en bestemd voor verbruikers in Zuidslavië en in Italië, voor beide landen verminderd worden, naar verhouding van hun vroegere verbruik.

3. De prijs, welke de gemeente Gorizia aan Zuidslavië zal moeten betalen voor het beschikbaar gestelde water en de prijs, welke de verbruikers op Zuidslavisch grondgebied aan de gemeente Gorizia zullen moeten betalen, zal uitsluitend berekend worden op grond van exploitatiekosten en onderhoud van het waterleidingstelsel, en op grond van de nieuwe installatiekosten, welke nodig zullen kunnen zijn om de genoemde bepalingen ten uitvoer te brengen.

4. Zuidslavië en Italië zullen, binnen een maand na het van kracht worden van dit Verdrag, een overeenkomst sluiten om hun respectievelijke verantwoordelijkheden te regelen, die voortspruiten uit bovengenoemde bepalingen en om het bedrag vast te stellen, dat zij krachtens die bepalingen, zullen moeten betalen.

De twee Regeringen zullen een gemengde Commissie in het leven roepen teneinde toezicht uit te oefenen op de uitvoering van bovengenoemde overeenkomst.

5. Na verloop van een periode van tien jaar na het van kracht worden van het tegenwoordige Verdrag, zullen Zuidslavië en Italië, rekening houdend met de toestand die op dat ogenblik heerst, tot een hernieuwd onderzoek van bovengenoemde bepalingen overgaan, ten einde vast te stellen, of deze zouden moeten worden herzien en zij zullen al datgene wijzigen of toevoegen naar gelang zij hierover tot overeenstemming zijn gekomen. Alle geschillen welke zouden kunnen rijzen ten gevolge van dit hernieuwde onderzoek, zullen geregeld worden, overeenkomstig de procedure, bedoeld in artikel 87 van dit Verdrag.

Regeling
Vredesverdrag tussen de Geallieerde en Geassocieerde Mogendheden en Italië
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
17-02-1949
BWB-id
BWBV0005714
Versie
1949-02-17_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl