BIJLAGE IX — Technische Bepalingen betreffende het Vrije Gebied van Triëst Vredesverdrag tussen de Geallieerde en Geassocieerde Mogendheden en Italië
Technische Bepalingen betreffende het Vrije Gebied van Triëst
A. Watervoorziening van het Noord-Westelijk gedeelte van Istrië.
Zuid-Slavië zal, door het water afkomstig van de bron van San Giovanni de Pinguente èn door middel van het watervoorzieningsstelsel van Quieto, evenals door het water afkomstig van de bron van Santa Maria del Risano en door middel van het watervoorzieningsstelsel van Risano, het Noord-Westelijk gedeelte van Istrië, dat binnen de grenzen van het Vrije Gebied van Triëst gelegen is, van water blijven voorzien, zonder dat de aldus geleverde hoeveelheid water, op noemenswaardige wijze die hoeveelheid, welke gewoonlijk ter beschikking van het gebied werd gesteld, mag overschrijden; dit water zal geleverd worden, volgens het volume en verbruik, waarom het Vrije Gebied zal vragen, doch dit zal binnen de grenzen moeten blijven, welke door de natuurlijke omstandigheden worden gesteld.
Zuid-Slavië zal het onderhoud verzekeren van de kanalen, reservoirs, pompen, zuiverings- en andere installaties, die zich op Zuidslavisch grondgebied bevinden, voor zover dit nodig is om aan die verplichting te voldoen. Een tijdelijke afwijking van voornoemde verplichtingen zal aan Zuid-Slavië moeten worden toegestaan, opdat de nodige herstellingswerkzaamheden, aan door de oorlog beschadigde watervoorzieningsinstallaties zullen kunnen worden uitgevoerd. Het Vrije Gebied zal voor het aldus geleverde water, een redelijke prijs betalen, die zijn aandeel, geschat naar verhouding van de hoeveelheid water, die gebruikt is in het Vrije Gebied, vertegenwoordigt in het totale bedrag van de exploitatiekosten en die van het onderhoud van de watervoorzieningsstelsels van Quieto en Risano. In het geval dat het Vrije Gebied in de toekomst een extra levering water nodig mocht hebben, verbindt Zuid-Slavië zich om deze kwestie met de autoriteiten van het Vrije Gebied te bestuderen en om in gezamenlijk overleg die maatregelen te nemen, welke voor deze behoeften nodig zijn.
B. Levering van electrische stroom.
1. Zuid-Slavië en Italië zullen de bestaande electriciteitsvoorziening van het Vrije Gebied van Triëst onderhouden door aan dit gebied electriciteit te leveren in hoeveelheden en met een regelmaat, waaraan het behoefte heeft. De geleverde hoeveelheid electrische stroom zal in het begin niet noodzakelijk op noemenswaardige wijze die hoeveelheid behoeven te overschrijden, welke gewoonlijk ter beschikking wordt gesteld van de streek, omvat door het Vrije Gebied, maar Italië en Zuid-Slavië zullen, op verzoek van het Vrije Gebied, naar gelang de behoefte stijgt, een toenemende hoeveelheid electrische stroom leveren, op voorwaarde, dat elk verzoek om en vermeerdering van meer dan 20 % boven de gewone hoeveelheid, door de verschillende voedingsbronnen aan het Vrije Gebied geleverd, het onderwerp uitmaakt van een overeenkomst tussen de betrokken Regeringen.
2. De prijs, die Zuid-Slavië of Italië in rekening zal brengen en die het Vrije Gebied zal betalen voor de hem geleverde electrische stroom, zal niet hoger zijn dan de in Zuid-Slavië of Italië berekende prijs voor de levering van een even grote hoeveelheid elctriciteit van hydraulische oorsprong, voortgebracht door dezelfde electriciteitsbronnen, die op Zuidslavisch of Italiaans grondgebied gelegen zijn.
3. Zuid-Slavië, Italië en het Vrije Gebied zullen elkaar voortdurend op de hoogte houden omtrent het verbruik van het water, de grootte van de aanwezige voorraad, evenals van de productie van electrische stroom, met betrekking tot de centrales, die het vroegere Italiaanse gebied van Vénétie Julienne van stroom voorzien, opdat ieder der drie partijen in de gelegenheid zal zijn zijn behoefte vast te stellen.
4. Zuid-Slavië, Italië en het Vrije Gebied zullen alle electrische centrales, leidingen, bijstations en andere installaties, die nodig zijn om het vroegere Italiaanse gebied van Vénétie Julienne voortdurend van electrische stroom te voorzien, in goede bedrijfsstaat houden.
5. Zuid-Slavië zal moeten garanderen, dat de bestaande en toekomstige installaties voor de voortbrenging van electrische stroom van de Isonzo (Soca) op zodanige wijze zullen worden geëxploiteerd, dat de hoeveelheid water, waaraan Italië van tijd tot tijd behoefte zal kunnen hebben om het gebied, liggende tussen Gorizia en de Adriatische kust, ten Zuid-Westen van deze stad te irrigeren, aan de Isonzo (Soca) onttrokken kan worden. Italië zal niet het recht kunnen opeisen om het water van de Isonzo (Soca) in grotere hoeveelheden of in gunstiger omstandigheden te gebruiken, dan het vroeger gewoon was te doen.
6. Zuid-Slavië, Italië en het Vrije Gebied zullen in gezamenlijk overleg een voor alle partijen aannemelijk verdrag moeten sluiten, overeenkomstig bovengenoemde bepalingen, voor het onderhoud en de exploitatie van het electrische net, dat voorziet in de behoefte van het vroegere Italiaanse gebied van Vénétie Julienne. Er zal een gemengde commissie ingesteld worden waarin de drie Regeringen op voet van gelijkheid vertegenwoordigd zijn, om toe te zien dat de verplichtingen, voortvloeiende uit de bepalingen van bovengenoemde leden 1 tot en met 5, worden nagekomen.
7. Na verloop van een periode van tien jaar, vanaf de datum van het van kracht worden van dit Verdrag, zullen Zuid-Slavië, Italië en het Vrije Gebied, rekening houdend met de op dat ogenblik heersende omstandigheden, voorgaande bepalingen herzien, om vast te stellen, welke van de voornoemde verplichtingen bij geval niet meer nodig zouden zijn en om datgene te wijzigen, af te schaffen of toe te voegen, waartoe de betrokken partijen zouden kunnen besluiten. Elk geschil, dat ten gevolge van dit hernieuwde onderzoek zou kunnen rijzen, zal geregeld worden volgens de procedure, bepaald in artikel 87 van dit Verdrag.
C. Bepalingen ter bevordering van plaatselijk grensverkeer.
Binnen een maand na het van kracht worden van dit Verdrag, zullen Zuid-Slavië en het Vrije Gebied van Triëst, evenals Italië en het Vrije Gebied van Triëst onderhandelingen aanknopen om regelingen te treffen, die ten doel hebben om tussen het Vrije Gebied en de aangrenzende Zuid-Slavische en Italiaanse gebieden het wederzijdse grensverkeer van etenswaren en andere soorten goederen te bevorderen, welke gewoonlijk tussen deze gebieden plaatselijk verhandeld werden, op voorwaarde, dat deze etenswaren of andere goederen in de onderscheiden gebieden geoogst, voortgebracht of vervaardigd zijn. Deze handel zal bevorderd kunnen worden door daartoe geëigende maatregelen, met name door de betreffende producten van douanerechten en van alle in- en uitvoerbelastingen vrij te stellen, tot aan hoeveelheden of bedragen, welke bij overeenkomst worden vastgesteld, wanneer deze handel een plaatselijk karakter draagt.
- Regeling
- Vredesverdrag tussen de Geallieerde en Geassocieerde Mogendheden en Italië
- Soort
- Verdrag
- Geldend vanaf
- 17-02-1949
- BWB-id
- BWBV0005714
- Versie
- 1949-02-17_0