wetzoeker

Artikel 37 Overeenkomst betreffende onderling strijdige aanspraken op buiten Duitsland gelegen Duitse bezittingen

Arbitrage

A Indien een geschil niet binnen een redelijke tijd is opgelost door middel van onderhandelingen als bedoeld in artikel 4 van de Overeenkomst, waaraan dit Aanhangsel is toegevoegd, kan een der Partijen de Voorzitter van het College van Scheidslieden, bedoeld in artikel 35 van dit Aanhangsel, verzoeken een onpartijdig Scheidsman uit het College aan te wijzen, die de Partijen zal horen en kan verzoeken het geleverd bewijs aan te vullen. De Scheidsman zal de oplossing aangeven, die volgens zijn mening het meest strookt met de geest van de Overeenkomst en deze oplossing zal voor de betrokken Partijen bindend en onherroepelijk zijn.

B De Voorzitter zal op verzoek van ieder der bij het geschil betrekken Partijen beslissen of een redelijke tijd is verlopen, alvorens de aangelegenheid aan arbitrage wordt onderworpen, krachtens paragraaf A van dit artikel, met dien verstande, dat een periode van minder dan een jaar na het begin van de onderhandelingen tussen de bij het geschil betrokken Partijen voor de toepassing van deze paragraaf niet als een redelijke tijd zal worden aangemerkt.

Regeling
Overeenkomst betreffende onderling strijdige aanspraken op buiten Duitsland gelegen Duitse bezittingen
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
24-01-1951
BWB-id
BWBV0005692
Versie
1951-01-24_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl