wetzoeker

Artikel 19 Overeenkomst betreffende onderling strijdige aanspraken op buiten Duitsland gelegen Duitse bezittingen

Vermogensbestanddelen toebehorende aan ondernemingen, opgericht volgens de wetten van een der Partijen.

Met betrekking tot de in de artikelen 1 tot en met 4 van dit Aanhangsel bedoelde categorieën van vermogensbestanddelen, welke in eigendom toebehoren aan onder deel III van dit Aanhangsel vallende vennootschappen, zal dat land voor de toepassing van deel III als secundair land worden beschouwd, dat op grond van genoemde artikelen gerechtigd zou zijn de vrijgave van de bedoelde vermogensbestanddelen te verkrijgen. Wat betreft in vreemde geldsoorten luidende rekeningen, als bedoeld in artikel 5 van dit Aanhangsel, welke zijn geopend ten gunste van een door de bepalingen van deel III beheerste onderneming, zullen het land waar de primaire rekening uitstaat en het land waar de garantierekening uitstaat volgens de bepalingen van deel III elk als secundair land worden beschouwd, ieder voor 50 % van het bedrag van de garantierekening in de vreemde geldsoort.

Regeling
Overeenkomst betreffende onderling strijdige aanspraken op buiten Duitsland gelegen Duitse bezittingen
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
24-01-1951
BWB-id
BWBV0005692
Versie
1951-01-24_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl