wetzoeker

Artikel 16 Overeenkomst betreffende onderling strijdige aanspraken op buiten Duitsland gelegen Duitse bezittingen

Vermogensbestanddelen toebehorende aan ondernemingen, opgericht volgens de wetten van een der Partijen.

Indien de primaire vennootschap een schijnvennootschap is of indien zij een holding-maatschappij is, waarvan het geplaatste kapitaal zich in handen van een klein aantal aandeelhouders bevindt of niet regelmatig op een erkende beurs wordt verhandeld, zal het secundaire land — niettegenstaande de bepalingen van artikel 12 van dit Aanhangsel — dat deel van de vermogensbestanddelen in het secundaire land mogen behouden, dat overeenkomt met het percentage van het direct of indirect vijandelijk Duits belang in de schijnvennootschap of holding-maatschappij op de peildatum. In een zodanig geval zal het secundaire land de vermogensbestanddelen, welke het deel waartoe het gerechtigd is overtreffen, vrijgeven en kan dit deel uitsluitend aan de niet-vijandelijke belangen in de primaire vennootschap ten goede komen.

Regeling
Overeenkomst betreffende onderling strijdige aanspraken op buiten Duitsland gelegen Duitse bezittingen
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
24-01-1951
BWB-id
BWBV0005692
Versie
1951-01-24_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl