wetzoeker

Artikel 14 Overeenkomst betreffende onderling strijdige aanspraken op buiten Duitsland gelegen Duitse bezittingen

Vermogensbestanddelen toebehorende aan ondernemingen, opgericht volgens de wetten van een der Partijen.

De vergoeding moet door het primaire land aan het secundaire land binnen twee jaar na de voor de vrijgave der vermogensbestanddelen vastgestelde datum worden betaald in de geldsoort van het secundaire land. Echter kan de betaling worden uitgesteld in verband met deviezenrestricties, welke van kracht zijn in het primaire land en in het algemeen van toepassing zijn op kapitaalovermakingen, mits dergelijke restricties in overeenstemming zijn met de bepalingen van de Overeenkomst inzake het Internationaal Monetair Fonds en mits in ieder geval volledige betaling binnen zeven jaar na de voor de vrijgave der vermogensbestanddelen vastgestelde datum zal plaats vinden. Het primaire land zal aan het secundaire land een interest van 2 % betalen over het saldo van de vergoeding, dat onbetaald blijft na de termijn van twee jaar.

Regeling
Overeenkomst betreffende onderling strijdige aanspraken op buiten Duitsland gelegen Duitse bezittingen
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
24-01-1951
BWB-id
BWBV0005692
Versie
1951-01-24_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl