wetzoeker

BIJLAGE II — Brief te richten aan de Bank voor Internationale Betalingen te Bazel, door de Regering van het Koninkrijk België en door de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden, inzake de toepassing van de leningsovereenkomst tussen genoemde Regeringen. Leningsverdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België

Brief te richten aan de Bank voor Internationale Betalingen te Bazel, door de Regering van het Koninkrijk België en door de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden, inzake de toepassing van de leningsovereenkomst tussen genoemde Regeringen.

Mijnheer de Directeur-Generaal,

Wij hebben de eer hierbij te refereren aan de besprekingen te Parijs gevoerd in de maand Augustus 1949 tussen de vertegenwoordigers van de Regering van het Koninkrijk België en van de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden enerzijds en de vertegenwoordigers van de Bank voor Internationale Betalingen anderzijds, in het verloop waarvan is overeengekomen dat de Bank voor Internationale Betalingen zou worden belast met de uitvoering van de operaties voorzien in de leningsovereenkomst (hierna te noemen de Leningsovereenkomst) te sluiten tussen de Regering van het Koninkrijk België en de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden, ter uitvoering van liet Besluit C (49) 94 genomen door de Raad van de Organisatie voor Europese Economische Samenwerking in zijn zitting van 2 Juli 1949 inzake het systeem van intra-Europese betalingen voor het dienstjaar 1949-1950.

Nu de Leningsovereenkomst op 7 September 1949 is ondertekend, doen wij U hierbij ingesloten een gewaarmerkt eensluidend exemplaar daarvan toekomen en verzoeken U zich wel te willen belasten met het verrichten van de operaties voorzien in genoemde overeenkomst.

Alle betrekkingen tussen de Regering van het Koninkrijk België en de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden enerzijds, en de Bank voor Internationale Betalingen anderzijds, terzake van de uitvoering van de operaties voorzien in deze brief, zullen als regel worden onderhouden tussen de Bank voor Internationale Betalingen, de Nationale Bank van België en De Nederlandsche Bank.

Hiervan mededeling gedaan hebbende, hebben wij de eer, in overleg met onze respectievelijke centrale banken, U te machtigen:

a. om de Nationale Bank van België uit te nodigen, in haar qualiteit van Kassier van de Staat, ter beschikking van de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden te stellen het geldbedrag overeenkomend met de lening, welke U bevoegd zijt voor een gegeven maand te gebruiken;

b. om De Nederlandsche Bank in kennis te stellen van het geldbedrag overeenkomend met de lening die door de Regering van het Koninkrijk België voor een gegeven maand ter beschikking zal worden gesteld van de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden.

U zult ons zeer verplichten de ontvangst van deze brief te bevestigen aan de Minister van Buitenlandse Zaken van België, Wetstraat 8, te Brussel en aan de Minister van Financiën te den Haag.

Aanvaardt, Mijnheer de Directeur-Generaal, de verzekering van onze bijzondere hoogachting,

Voor de Regering van het

Koninkrijk België:

Voor de Regering van het

Koninkrijk der Nederlanden:

Regeling
Leningsverdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
19-11-1951
BWB-id
BWBV0005691
Versie
1951-11-19_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl